Fragment (6) van het nog uit te komen boek over 1 maand in Hollywood

Ik loop in de richting waarlangs ik gekomen ben. Onderweg word ik opgehouden door een zwerver. Tenminste daar ga ik vanuit. Hij vraagt om geld. Hij ziet er ondanks zijn levenstandaard goedgemutst uit. Hij heeft iets weg van Bill Cosby.
“Maybe we could help each other”, zeg ik. “I’m looking for the Rainbow Bar”.
“Aah, the Rainbow Bar”, antwoordt hij met een hese stem. “It’s near Whiskey A Go Go, you know it? You should play there son. All the greats have played there”.
Ik raadpleeg mijn zakken. Ik heb alleen een briefje van twintig.
“I only got twenty”, verontschuldig ik me.
“You know, what comes around, goes around”, zegt hij veelbetekend.
Ik ben verrast door zijn gevatheid. En geïnteresseerd in hoe hij in deze situatie terechtgekomen is.
“You’ll get my twenty if you walk me there”.
Hij lacht. “It’s my pleasure sir”.
Hij vertelt dat hij niet altijd gezworven heeft, maar aan lager wal geraakt is nadat hij in de oorlog gevochten heeft. Sindsdien is hij niet meer dezelfde. Veel wil hij er niet over loslaten, maar ik ga ervan uit dat hij daar vreselijke dingen heeft gezien.
Hij blijkt goed gezelschap en weet veel te vertellen over de leuke en minder leuke tentjes van Sunset Boulevard. Met veel tips en een aangename wandeling rijker geef ik hem mijn twintig dollar. Ik pin geld voor de rest van de avond.

Fragment (5)

Met uitzicht over één van de meest troosteloze straten die ik tot nu toe hier gezien heb, hoor ik achter me de avond van start gaan.
Als ik even later weer binnenloop zie ik hoe we deze avond als kiespijn hadden kunnen missen; een vijftal man in het publiek en op het podium een cabaretier die zijn ‘grappen’ met trillende hand van een verfrommeld papiertje opleest. De reacties zijn lauw.
Als het mijn beurt is en ik mijn gitaar wil uitpakken, blijkt dat ik mijn jack/jack niet meegenomen heb. Ik besluit er niets over tegen Keije te zeggen, maar loop direct door naar de bejaarde muzikant. Hij vindt het niet erg om zijn jack jack aan me uit te lenen, maar de door de hele situatie duurt het een paar minuten extra. De presentator voelt de behoefte om vooral te wijzen op de onprofessionaliteit van performers die hun shit niet op tijd klaar voor elkaar hebben; de opmerkingen moeten doorgaan als komedie, dus ik glimlach als hij me aankijkt.
Het geluid is verschrikkelijk; de gitaar is amper te horen en op mijn stem staat een bak echo, waar Ahoy zich niet voor zou schamen. Terwijl ik mijn liedje doe, beeld ik me in hoe fijn het zou zijn om nu in mijn bed te liggen. Als ik klaar ben ontvang ik het lauwe applaus met een kleine buiging, trek het snoer uit mijn gitaar en loop naar Keije.
“Kom, we gaan”.
Zonder om te kijken, lopen we de straat op.
We pakken de bus naar Cordiale en zeggen tijdens de rit niets tegen elkaar. Onze laatste bestemming voor vandaag blijkt een chic establishment; veel verhogingen en verdiepingen, alles van donkerbruin hout en bekleed met glanzend rood tapijt, gouden versiersels en de obers in mooi pak. Het combo wat speelt, draait een jazzy repertoire af en de ene na de andere zanger(es) uit de incrowd stapt op de bühne. De liedjes die gezongen worden zijn mij onbekend en ik voel me door niets aangemoedigd om hier vanavond ‘mee te jammen’. Met veel tegenzin nemen we plaats aan één van de mooi vormgegeven tafeltjes. Na veel te lang stilzwijgend nippen aan een tonic met ijs, schuift Leddie aan.
“So glad you could make it!”, zegt hij enthousiast.
De ouwe grijsaard, die zich gedraagt als een opgewonden tiener blijkt vooral oog voor Keije en hij beneveld haar met een dozijn zoetsappige one-liners als ‘you’re the most beautiful girl tonight’, ‘you’re unlike all the others, you’re so authentic you know’ en natuurlijk ‘I would love to show you my house tomorrow and very cool parts of L.A.’.
De jamsessie, mijn reet.
Ik ga naar buiten om de tijd uit te zitten, maar zeg tegen Keije dat ik ga netwerken. Ze kijkt weer vrolijk, maar dat heeft weinig met ons te maken.
De avond gaat voort en elke minuut die voorbij trekt is er één minder.
Na een poos komt Leddie naast me staan en biedt me een sigaret aan. Ik gebaar dat ik mijn eigen pakje heb. Hij blijkt vol te zijn van Keije en ik merk dat hij eigenlijk in veel omwegen wil weten wat de relatie is tussen Keije en mij en of er ruimte is voor zijn liefde (zoals hij die al noemt) voor haar. Ik verzeker hem dat hij helemaal vrij is om te doen en laten wat hij wil en hij kijkt weer zo blij als een kind. Dan vertelt hij over de tijd dat hij bij de legendarische sixties band Santana de conga’s beroerde en dat als ik ooit een percussionist nog heb, ik hem maar moest bellen. Ik glimlach en neem zijn kaartje in ontvangst.

Who is Paul??

I first met Paul probably ten years ago when I tried to form a band called SUB. He became our bassplayer, but I soon found out that he could play any instrument an average music store can shelter. With SUB we had a great time, we toured in Italy, Ireland, Swiss, Belgium, The Netherlands and more and we made the album ‘Vincent’ (a c.d. and a comic book together). When SUB ended, Paul and I decided to work together on the solo stuff I did.
The first album we finished together was The Attic Tapes, recorded on Paul’s attic with minimal means. For the second album Time, we headed to The Moon Studio (owner Wouter was the drummer in SUB). And now we’re planning the third album ‘Space’, which will be recorded in Paul’s studio again. Except his studo now is a lot different than years ago when we recorded The Attic Tapes.


Most of the songs are already written, but I’ll keep writing because you’ll never know what song will pop up at the last moment.
Some of you know that I’m also working on a book about the month in Los Angeles, so there will be no gigs the coming year(s).

Cheers!

SK

Previous Entries